|
Misja Immink bijt de spits af en geeft een presentatie van zijn werk. Zeven jaar geleden is Misja begonnen met het schrijven van 365 verhalen. Deze poëtische en fantastische verhalen zijnde afgelopen jaren de inspiratiebron geweest voor veel van zijn werk. De fictieve verhalen / avonturen brengt hij vaak op inventieve wijze de wereld in. Het publiek krijgt bijvoorbeeld een rol in zijn verhalen toebedeeld en wordt gevraagd het spel mee te spelen. Een aantal van zijn verhalen worden op die manier in zekere zin reëel. Zo heeft hij een overval op het museum met kinderen van de basisschool beraamd en werd de aanstichter Misja nog net op tijd tegengehouden en onder de neus van de kinderen door de politie afgevoerd.
In Den Bosch heeft hij een incassobrief verspreid waarin mensen werden opgeroepen om de mensen die nooit twijfelen aan te geven. verder is hij de oprichter / coach en aanvoerder van Team Imminko. Team Imminko is een voetbalteam dat bestaat uit mannen van 18 tot en met 45 jaar met allemaal verschillende nationaliteiten en achtergronden. Het team staat voor culturele verbroedering. De mannen houden er vreemdsoortige oefenpraktijken op na. Zo voetbalden ze al eens hand in hand en zullen ze binnenkort aan elkaar genaaide voetbalshirts dragen tijdens de wedstrijd.
 Misja sluit zijn presentatie af met het Ministerie van verliefdheid. Bij dit Ministerie zijn speciale agenten aangesloten die opdrachten uitvoeren. Deze opdrachten hebben als doel de mensen op een verliefde manier naar de wereld te laten kijken. Misja grijpt de gelegenheid aan om zijn Ministerie uit te breiden en lijft ons in als zijn agenten. Wij vullen een pasje in, met codenaam en codenummer en krijgen de opdracht één van onze tafelgenoten goed te bestuderen en vervolgens te verzinnen hoe deze persoon wel eens gestimuleerd zou kunnen worden in het verliefde naar de wereld kijken.
Na een korte pauze geven wij het woord aan Bert Looper. Hij is de directeur van Tresoar. In Tresoar, het Fries historisch en letterkundig centrum, bewaren ze de archieven van Friesland. Bert Looper verteld over zijn fascinatie voor het archief. In het depot van Tresoar zijn er miljoenen vellen papier met herinneringen opgeslagen. Het archief is opgebouwd uit een selectie van de geschiedenis van Friesland. De eerste selectie vindt al plaats op het moment dat er besloten wordt een gebeurtenis of verhaal vast te leggen. Wanneer eenmaal in het archief beland is een verhaal steeds weer onderhevig aan het beleid van het archief op dat moment. Een archief kun je daarom zien als een spiegel van het zoeken naar identiteit. Ook ontkom je er niet aan een archief vanuit het heden te bekijken. Geschiedenis wordt altijd geïnterpreteerd vanuit een hedendaagse visie.
Ook draagt Bert een gedicht voor dat voor hem symbool staat voor het Frieslandgevoel. Het is een gedicht van Theun de Vries
De loane
Nea weromfûn
de donkere loane
mei tichtflechte beamte
dêr hinge noch hea yn.
It rûze dêr súntsjes
wat wie it boadskip?
Lei fan âld folk
earne in fuotprint?
By tiden twirre't
yn de strewellen
heimlike fûgels
miskien in njirre...?
Súnichjes struide
de sinne wat goudjild
yn moude en kjitten
waard it wei.
Ik skramme my
oan toarnbei en hagebeam
ik ferdreamde de tiid
yn de rook fan in tateblom.
Ik socht en socht
nea weromfûn
de donkere loane
in plak om te stjerren
bûten de wrâld.
Theun de Vries (1 juni 2003)
Bert Looper is na 25 jaar weer teruggekeerd naar Friesland en herkend de heimwee naar datgene wat je kent vanuit je jeugd Het is een herinnering aan een gevoel van veiligheid. Deze herinnering is weemoedig; datgene wat symbool is gaan staan voor het geborgen gevoel van vroeger is verdwenen.
Esmée Lacle, medewerker van Imagine IC, geeft een presentatie van het project De verhalenvanger. Imagine IC is een culturele instelling die de cultuur en de identiteit van de migranten in Nederland in beeld brengt, gevestigd in Amsterdam Zuidoost. Het beleid van Imagine IC is om de migranten zelf hun verhaal te laten vertellen. Het concept van de verhalenvanger is afkomstig van Mediamatic. Het is een tafel waarin een beamer en een computerdatabase is verwerkt en deze database is specifiek ingericht om de herinneringen van een bepaalde community op gang te brengen. Esmée is met deze tafel naar seniorenhuizen gegaan met een database van tv-fragmenten, afkomstig uit de Nederlandse media, die gaan over de Indische en Molukse migranten. Zij laat de fragmenten aan de migranten zien en laat hun aan de hand van de beelden hun verhalen vertellen. Deze verhalen worden gevangen op een website. Voor dit medium is bewust gekozen omdat het niet statisch is. Het kan blijven groeien en bezoekers kunnen hun reactie achterlaten.
Culturele identiteit ligt vaak in de erkenning van ervaringen, maar migrantengroepen zijn nooit homogeen. De verhalenvanger probeert dan ook de diversiteit binnen de culturele identiteit te laten zien en geeft ruimte aan de uitzondering. De website wordt vooral gevolgd door participanten en hun families. Esmée zegt dat de verhalen voor de tweede of derde generatie verhelderend kunnen werken. Zij leren hun roots kennen en kunnen daardoor voor zichzelf beter duiden wie zij wel en wie zij niet zijn.
Goffe Jensma, hoogleraar Friese taal en letterkunde aan de UvA en onderzoeker aan de Fryske Akademy, verteld dat de Friese cultuur ook gedeeltelijk een cultuur is van afscheid nemen en verlangen. In vroegere tijden kon Friesland altijd goed meekomen met Holland. Veel immigranten trokken naar Friesland en er was genoeg werk. Rond 1800 degradeerde Friesland tot een randgewest. Het verloor het stadhouderlijk hof, de universiteit werd gesloten, de nijverheid verdween enz. Friesland was vanaf dat moment aangewezen op de landbouw. De elite trok weg en onder deze groep mensen ontstond een culturele trots. Zij begonnen de Friese culturele identiteit van de achterblijvers vanuit heimwee te benoemen.
De Friese culturele identiteit heeft dus zeker wel een heimweebetekenis. Het afscheid nemen voedde het identiteitsbesef. Vanuit het idee dat men het Friesland dat dreigt te verdwijnen moet vasthouden. Het is een cultuur vanuit verdwijnperspectief. De Friese taal is ook al twee eeuwen lang een verdwijnende taal. De ondergang van het Fries wordt door elke generatie opnieuw bevestigd. De norm van het Fries ligt dus in het verleden. Deze gerichtheid op het verleden maakt de Friezen soms erg defensief.
Goffe staat echter wel voor om vooral de veranderingsgezindheid in Friesland te benadrukken. Vanaf de late Middeleeuwen tot de 19e eeuw was Friesland een vroeg kapitalistische samenleving en heeft tot in de vezels leren omgaan met economische ontwikkelingen, met modeverschijnselen, met immigratie en met mobiliteit. De Friese cultuur kenmerkt zich nog steeds door een groot incasseringsvermogen ten opzichte van veranderingen. Deze veranderingsgezindheid zul je echter niet aantreffen bij het Fries nationalistische bolwerk, maar meer in de Protestants Christelijke zuil.
De Friese geschiedschrijving kenmerkt zich door een grote portie fantasie. Het Oera-Linda boek verteld bijvoorbeeld het verhaal van een Friese staat geregeerd door vrouwen en is geschreven in een zogenaamd onbekend schrift van runentekens. Goffe Jensma heeft François HaverSchmidt als de ware schrijver van het boek ontmaskerd in zijn boek: 'De Gemaskerde God'. Volgens Goffe was het de opzet van HaverSchmidt, de lezers op het verkeerde been te zetten. Zij zouden er spoedig achter komen dat het boek fictief was en dan zouden zij de conclusie moeten trekken dat de bijbel ook niet zo letterlijk moest worden genomen. HaverSchmidt is niet in zijn opzet geslaagd. Het boek werd een mythe, mensen gingen er mee aan de haal en een groot aantal mensen geloofden in het waarheidsgehalte van het boek. De les, hoe de bijbel te moeten lezen, werd niet opgepikt.
Verder vertelde Goffe nog over de in Australië aanwezige sekte, the daughters of Frya, die zich volledig baseert op het in hun ogen oeroude Oera Linda-boek.
Abbas, een man uit Iran die ook bij ons aan tafel was geschoven, vroeg aan het einde van de avond naar het verschil tussen tradities en cultuur? Veranderen tradities gemakkelijker dan cultuur of andersom?
Goffe, ziet tradities als de pijlers van de cultuur. Wanneer de cultuur een brug is en je haalt de pijlers eronder vandaan, dan stort een cultuur in. Maar de pijlers kunnen gemakkelijker transformeren. Zon transformatieproces moet echter niet bij alle pijlers tegelijk plaatsvinden want dan stort de brug alsnog in.
Een cultuur omvat tradities, maakt tradities en geeft tradities ook telkens weer betekenis.
Abbas, vraagt zich af of Misja Cultuur creëert of tradities.
Misja, weet niet of hij zijn werk onder één van deze noemers kan vatten. Hij is in een wereld terecht gekomen die niet van hem is. Door middel van het werk dat hij maakt verovert hij de wereld en ontwerpt deze naar eigen inzien. Hij betrekt ook andere mensen in zijn wereld.
Abbas, vindt de wereld die Misja schept mooi omdat het mensen via herkenning van universele menselijke emoties aan elkaar bindt.
Goffe, vergelijkt het werk van Misja met het werk van François HaverSchmidt. Het is een spel met identiteit. François HaverSchmidt speelde alleen een spel met een collectieve identiteit en Misja speelt een spel met de individuele identiteit.
Goffe stelt voor dat Misja eens een alternatieve inburgeringcursus ontwerpt
Esmée, noemt de inburgeringcursus een teken van een stollingstraditie. Het benadrukt een statische benadering van het begrip cultuur.
|
|